Markeboek Varsen 1650 - 1826

1826


fol 127.

Vergadering in het Zwarte Paard te Varsen van donderdag de 30 maart 1826.
De goedsheeren en Erfgenamen der Markte van Varsen op de gewone wijze geconvoceerd zijnde tot het houden eener vergadering, op heden, zoo waren present: De Markenrigter, T. Tigchelhof, als gevolmagtigde van de Heer J.D.F. van der Wijck, had overgelegde volmagt ed. ... dezer; G.J. Seinen, H. Bolks, Hm. Bosch, G.J. Grootens, G. Binnenmars, W. Wittenberg, W. Reinders, namens den Heer Pruimers, Hm. Schutmaat, H. Broekert, Jan Brinkhuis, G. Sandink, Jan Schutman en Hk. Ningbers.
De notulen der laatstvorige vergadering geresumeerd en goedgekeurd zijnde, is voorts gedelibereerd over de bij de Kerkenspraak opgegevene punten (De Vergadering was geconvoceerd, ten einde te hooren uitbrengen en te delibereren over het commissoriaal rapport) omtrent het, zoo mogelijk aangaan van schikkingen met de Maatschappij van Weldadigheid, ter afscheiding van het aan dezelve toebehorend gedeelte der Varsener Markte, van de overige Marktegronden.
2e Opzigtelijk de hoeveelheid van het gedeelte der Markte, het welk aan de Keuters tot heiden, weiden en brandsteken zoude behoren toegelegd te worden en
3e Aangaande de wijze waarop de Commissie veronceert dat zoude moeten worden geregeld, de schadevergoeding respectivelijkaan den Heere Pruimers en Gerrit Jan Grootens toe te kennen voor derzelver halve Drijfwaren, die zij, bij eene eventuele verddeling zouden komen te verliezen.
Dan door de absentie van de Heeren Pruimers en Sandberg, is de commissie buiten staat, opgemeld rapport uit te brengen.
Weshalve, na deliberatie is goedgevonden:
1e Dat gemelde Heeren Pruimers en Sandberg, door een of meer der medeleden van voorzeide Commissie zullen worden verzocht, om die Commissie is staat te stellen van op eenen zoo spoedig doenlijk te houdene vergadering, het hiervoor vermelde rapport te kunnen uitbrengen.
2e Den Heere Van der Wijck, door gemelde zijne gevolmagtigde te doen verzoeken, om zich wel als lid der bovenbedoelde commissie te willen beschouwen en met gezeyde Heeren Sandberg en Pruimers tot het uitbrengen van voorschreven rapport te gelieven mede te werken.
Aldus gedaan ten dage, jare en plaatse voorschreven.
In fidem A. de Vries Markenrigter.

Vergadering in het Zwarte Paerd te Varsen van woensdag den 16 augustus 1826. De Erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkenspraak tegen heden geconvoceerd zijnde tot het houden eener vergadering ten einde te deliberen omtrent het nemen van meer afdoende maatregelen, ter bespoediging der voorgenomene verdeeling der voorschreven Markte en voor, zoo mooglijk, rapport te hooren uitbrengen aangaande de wijze waarop de keuter zouden te vrede gesteld kunnen worden alsmede opzigtelijk de schikking met den Heer Pruimers en G.J. Grootens aan te gaan, wegens derzelver pretens regt van Drijfwhaar, zoo waren present: de Markenrigter, de Heer Pruimers; J. Bosscha namens de Maatschappij van Weldadigheid; Harm Brinkhuis; Bolks, Sandink, Hm. Bosch, Kelderman, Ningbers, Jan Asjes, W. Wittenberg, F. Vedder, G.J. Grootens, Jan Wittenberg, OldEgbers, Harm Hendriks; Hendrik Breukert, G.J. Seinen, Harm Boezen en G. Binnenmars.
Na resumtie der notulen van het verhandelde in de laatstvorige vergadering, werd door de in de vergadering van den 1 july 1824, bnoemde commissie het

Fol. 128


het navolgende rapport uitgebragt.
De verdeeling der Varssener Markte zal volgens opname der daartoe benoemde kommissie op de navolgende wijze standgrijpen.
Art 1 De waardelen in de Markte zullen zuid en noortwaarts worden opgemeten.
Art 2 Benoorden de Woeste zal eene weg blijven liggen van tien Roeden, tot schapendrift en doormenning, zoodanig, dat van die kant, een ieder der gewaardeelde op zijn gerechtigheid zal kunnen komen.
3e De dijk in de Woeste zal blijven liggen zoo als dezelve zich tegenswoordig bevindt, doch zonder drift, met uitzondering echter van die geenen welke no. 9, 2, 10 zullen bewet vallen - als welke het recht zullen hebben om na de Hooijing, den Dijk over te drijven westwaarts het land van Berend Naber zullende Berend Naber of zijne rechtverkrijgenden het recht hebben om na de Hooijing den Woestdijk over te drijven om bij zijn land den Huffenmaat genaamd te kunnen komen.
4e Aan ieder der gewaardeelde zal het mogen vrijstaan om gedurende de Hooijing over de slootkant te mennen welke slootkant de Koehoeken van de woestescheid, om ook hierdoor ten allen tijde op zijn waardeel te kunnen komen.
5e De Gronden in de Markte, welke tot heden voor het Boekweiten zijn verkogt of verpacht zullen niet als verkocht of verpacht worden beschouwd, maar evenals de gehele grond in de deeling worden begrepen.
6e De zoogenaamde Huffenmaat het wetsculiere eigendom van Berend Naber zijnde, wordt niet in die deeling begrepen waardoor de percelen no. 9 en 10 korter zijn als de anderen.
7e Van de ten weste der Markte zich bevindende Turfveenen, zal ter groote van circa achttien Morgens zoo als afgepaald is den boven turfgrond, ten voordeele van alle de tegenwoordige Erfgenamen worden verkocht in zoodanige percelen als best zal geoordeeld worden en daarna den ondergrond (wanneer de Turf zal afgegraven zijn) wederom ten voordeele des Eigenaare de welke zoodanig waardeel ten deel is gevallen.
8e Het thans verslagene veen aan de Stouwe als ook op het Voorveen, zal zoodanig verslagen blijven als zulks op de laatste vergadering der Markte eigenaren is bepaald, met die uitzondering nogtans dat daarop geene plaggen Honden enz. zullen mogen worden gestoken nog ook heide wordt gemaaid.
9e Vanaf De Hessenweg tot twintig roeden benoorden De Zandbergen zal voor de gezamentlijke Eigenaren Eene algemeene drift Menning Heide en weide blijven dat wijders(ten einde de Keuters schadeloos te stellen) voor het regt van heide en weide onverdeeld tot gebruik van gewaarden en ongewaarden zoo wel boeren als keuters zal blijven leggen een hoek gronds, loopende langs de Hessenweg, hebbende aan de oostkant eene breedtevan 287 rijnlandsche roeden en aan den westkant 320 van dezelfde roeden, met die verstande dat het plaggensteken hierop alleen zal mogen geschieden ter breedte van 143 rijnlandche roeden aan de oost en 160 roeden aan de west kant vanaf den Hessenweg gerekend alleen met uitzondering van Het Vlier als waarin geene plaggen gestoken of schapen geweid mogen worden.
10e De waardelen zullen overigens gelijkelijk worden verdeeld onverschillig of de eene soms beter gronden dan de andere mogt hebben en zonder dat na de deling eenige reclames zullen kunnen worden gemaakt. 11e De Kolonie Landmeter zal de markte opmeten en dezelve even groot verdeelen in de percelen voor ieder der eigenaren zullende hij ieder perceel een nummer geven om welke nummers vervolgens zal worden geloot met uitzondering echter der percelen nr. 1 en 2 gelegen aan De Stouwe als welke aan den Heere Pruimers zonder loting zullen toegelegd worden ten einde die eigenaren hierdoor schadeloos te stellen voor de halve drijfwaar welke hij door de onderhoorige verdeeling komt te verliezen. 12e De Landmeter Ketelaar zal voor zijne werkzaamheden in deze genieten acht en veertig guldens welke gelden evenals de andere aangevende kosten per waardeel door gezamentlijke eigenaren zullen

fol. 129

zullen worden gedragen.
Opgemaakt te Varssen ten Huize van den Bouwman Brinkman op den

Dit rapport de vergadering voorgelezen zijnde bleek bij stemming dat voor de aanneming van hetzelve waren:
De Heer Pruimers, J. Bosscha, Hm. Brinkhuis, H. Bolks, G. Sandink en Harm Bosch gezamenlijk eigenaren van 9 3/4 waardeelen terwijl de overige presente eigenaren, die tezamen 4 1/4 waardeel bezitten, verklaarden zich met dat rapport niet te kunnen vereenigen, en zich alzoo tegen eene verdeeling op voorschreven wijze, ten stelligsten te verzetten.
De voor de aanneming van gemeld rapport gestemd hebbende eigenaren, waren echter van gevoelen, dat op het tegenstemmen der overigen geen regard kon worden geslagen uit hoofde zij slechts 4 1/4 waardeel bezaten, terwijl hun eigendom 9 3/4 waardeel uitmaakt en dat dus het rapport met eene genoegzaame meerderheid van stemmen aangenomen was.
Gedaan ten dage jare en plaatse voorschreven.
in fidem A. de Vries Markenrigter.

Buitengewone vergadering op woensdag den 11 october 1826.
Deze vergadering, welke geconvoceerd was om in dezelven tot den loting en definitive verdeeling der Markte over te gaan, geen gevolg hebbende gehad, uit hoofde de notaris Chevallerau niet tegenwoordig was is dezelve gescheiden en de volgende bepaald op zaterdag den 28 dezer.
In fidem A. de Vries Markenrigter.

Buitengewone vergadering, in het Zwarte Paard te Varsen op zaterdag den 28 october 1826.
De Erfgenamen en Goedsheeren der Markte van Varsen, bij behoorlijk gepubliceerde Kerkensprake tegen heden geconvoceerd zijnde tot het houden eener buitengewone vergadering, in het Zwarte Paard te Varsen ten einde over te gaan tot de loting en definitive verdeeling der Marktegronden, volgens het daarvan in de erfgename vergadering zan den 16 augustus bij meerderheid van stemmen goedgekeurde plan, zoo waren tegenwoordig, de Markenrigter, de Heer Mr. B.J. van der Gronden, namens de Heeren J.D. T. van der Wijck, D. Pruimers, zich tevens sterk makende voor zijnen broeder L. Pruimers, Egbert Tedink en van Asje Meulenbeld, voorts Harm Bosch, Hermannes Bolks, Frerik Vedder, G. Sandink, A. OldEgbers, Jan Asjes, Willem Wittenberg, Hk. Nengbers, Hm. Brinkhuis, Gt. Binnenmars, J. Bosscha, namens de Maatschappij van Weldadigheid, G.J. Seinen, Hendrik Breukert, Hm. Schutmaat, G. Geerts, G.J. Grootens, Jan Schutman, Jan Hekman en Harm Hendriks, Alterveer, benevens de Heeren Josephus Petrus Johannes

fol. 130


de Quaij, vrederegter des kantons Ommen, Johannes Heij, deszelfs Commis Griffier en Johannes Amama Chevallerau, openbaar Notaris, residerende te Ommen en eindelijk de voogden en toeziende voogden der in dezen betrokkene minderjarige Eigenaren. De langdurige beraadslagingen over het plan van verdeeling der Markte, welke in deze vergadering hadde moeten plaats hebben, zoodanig gerekt zijnde dat daartoe geenen genoegzamen tijd meer overig bleef, zoo werd eenparig besloten, de tegenwoordige vergadering te sluiten en de volgende te bepalen op zaterdag den 4 der aanstaande maand november. ten einde als dan de voorgenomene verdeling haar volle beslag te doen erlangen. Gedaan ten dage, jare en plaatse voorschreven
In fidem A. de Vries Markenrigter.

Buitengewone vergadering in het Zwarte Paard te Varsen van Zaterdag den 4 november 1826.
Ten gevolge der bepaling bij het sluiten der laatst vorige zitting gemaakt, zouden als nu worden overgegaan tot den definitive verdeeling der Markte gronden, volgens het daarvan in de erfgenamen vergadering van den 16 augustus, goedgekeurd plan, en waren te dien einde present alle de bij de vorige deliberatie genoemde eigenaren en gevolmagtigden, met uitzondering echter, dat de Maatschappij van Weldadigheid thans door den Heer Harloff, Adjunct directeur te Ommerschans, word vertegenwoordigd; terwijl mede present waren de markenrigter, mitsgaders de Heeren vrederegter, dezelfs commis grifier, en den notaris Chevallerau, en eindelijk de voogden en toeziende voogden der minderjarige eigenaren.
En is men tot de onderhavige verdeeling overgegaan, welk is tot stand gebragt, in maniere als is omschreven bij het daarvoor door voorzeide notaris opgemaakte proces verbaal.
Voorts werd met eenparige stemmen bepaald.
Dat elk eigenaar, zich op aanstaande maandag den 6 dezer, s morgens 9 uren, alhier in het Zwarte Paard zal moeten doen vinden en eenige paaltjes mede brengen, ten einde zich van daar met den Kolonie Landmeter, naar het veld te begeven, ter regeling der respective scheidingen der aandelen van elk eigenaar.
Gedaan ten dage, jare en plaatse voorschreven. In fidem
A. de Vries Markenrigter.

Jaar

Intro
1655

1658
1650
1663

1681
1684
1705
1710
1711
1712
1719
1720
1723
1746
1750
1757
1758
1759
1764
1765
1766
1768
1770
1777
1778
1779
1781
1783
1784
1786
1787
1788
1789
1790
1791
1792
1794
1797
1803
1804
1805
1808
1809
1810
1812
1817
1818
1819
1820
1821
1822
1823
1824
1825

1826